Warme kaneelbroodjes
 |
| 8 kaneelbroodjes |
| |
|
|
| |
- 250 g witte bloem
- 3,5 g (half zakje) instant gist
- 125 ml handwarm water
- 6 theel. kaneel
- ˝ eetl. geraspte citroenschil
|
|
- 75 g gesmolten boter
- 100 g rozijnen
- 100 g bruine basterdsuiker
- 100 g poedersuiker
|
|
| |
|
|
Meng de bloem met de gist, 2 theelepels kaneel, citroenschil, 2 eetlepels van de gesmolten boter en het
water.
Kneed het geheel tot een samenhangend deeg.
Laat het onder plasticfolie 10 minuten rijzen.
Meng in een kom de basterdsuiker met de rest van de boter, 2 theelepels kaneel en de rozijnen.
Druk het deeg uit tot een lap van 15 × 25 cm en ongeveer 1 cm dik.
Verdeel het basterdsuiker-rozijnenmengsel er over, maar laat de korte kanten van de deeglap vrij, zodat je
het zometeen makkelijk kunt oprollen.
Rol de lap op, begin aan een korte kant en verdeel de rol in 8 stukjes.
Leg de rolletjes op een ingevette bakplaat en laat ze daar, onder plasticfolie, nog 15 minuten rijzen.
Verwarm de oven op 200° C en bak de broodjes in 15 minuten gaar en goudbruin.
Laat ze eenmaal uit de oven enigzins afkoelen en maak ondertussen de glazuur door de poedersuiker met de
resterende kaneel en een eetlepel water te mengen.
Bestrijk de broodjes met de glazuur en serveer ze warm.
Of verstop ze ergens waar alleen jij ze kunt vinden.
Dat mag ook.
Bron: Bourgondië