| Chinese kool (Brassica rapa var. pekinensis) wordt zeker al 500 jaar gekweekt,
vooral in China dan. Maar ook in Japan en in Korea is het al eeuwenlang een populaire groente. In de 18de
eeuw werd de groente voor het eerst gesignaleerd in Europa, maar omwille van telingsproblemen brak de groente
niet echt door. Pas vanaf eind jaren 50 herontdekte Europa de Chinese kool. De naam is enigszins misleidend
want deze groente mist de uitgesproken koolsmaak. Deze bladgroente heeft een ietwat zoete smaak. Het is een
losse krop van langwerpige, gekrulde bladeren met een brede, sappige nerf. Chinese kool is licht verteerbaar,
arm aan calorieën en bevat veel vitamine C en calcium. |
Chinese kool is gemakkelijk te bereiden en snel gaar. Verwijder de eventuele minder mooie
buitenbladeren. Vervolgens kunt u de rest van de kool grof of fijn snijden. U kunt deze groente koken,
stoven, roerbakken of rauw eten. Voor salades kunt u het beste het binnenste gedeelte gebruiken. Want voor
Chinese kool geldt: hoe meer naar binnen toe, hoe malser de bladeren zijn. Voor stoven of koken geldt een
bereidingstijd van ongeveer 10 minuten. Roerbakken kan iets korter. De bladeren worden vaak gebruikt om
ingrediënten in te pakken. Chinese kool kunt u 1 à 2 weken bewaren in een papieren zak op een koele
plaats. |