| Granaatappel (Punica granatum) is één van de oudst bekende vruchten die
oorspronkelijk uit Perzië komt en groeit aan een boom van ongeveer 8 meter hoog. De granaatappel kreeg in de
loop der tijden een grote symbolische waarde. Zo werd de vrucht op oude schilderijen vaak afgebeeld als teken
van liefde, vruchtbaarheid, rijkdom, onsterfelijkheid en passie. Het eten ervan zou alle haat en afgunst
verdrijven. De granaatappel dankt de naam aan het feit dat deze, op het moment dat hij overrijp uit de boom
valt, met geweld open knapt en de zaden er naar alle kanten uit spatten. De handgranaat is mede daarom en ook
omwille van de vorm ernaar genoemd. De vrucht is rond en heeft de grootte van een grapefruit. Volgens diverse
sites zijn granaatappels een bron van kalium en vitamine C, maar vooral van polyfenolen (tot 3 à 4 maal meer
dan rode wijn, druivensap of groene thee). De vrucht is heel sappig. |
Van dit sap kan er limonade gemaakt worden. Vroeger werd grenadine uitsluitend van
granaatappels gemaakt. De granaatappel is geelbruin, geeloranje of donkerrood en heeft een dikke, gladde,
lederachtige schil. Die zorgt ervoor dat de vrucht goed tegen felle zon kan en maandenlang sappig blijft. Het
vruchtvlees is roze of dieprood. Het bevat grote cellen zoals een citrusvrucht, maar in elke cel zit een
pitje van ongeveer 3 mm groot. Om de pitjes zit een soort gelei, zoals om de pitjes van een tomaat. De vrucht
bevat veel vellen die niet lekker smaken. Een heel handige methode om de zaden uit de dikke schil te halen,
is de granaatappel halveren en dan langs achter op de schil kloppen met een houten lepel. De besjes vallen er
dan zo uit. Pas op bij het nuttigen ervan. Het sap zorgt voor onuitwisbare vlekken op kleding. Granaatappels
kunnen lang bewaard worden in de koelkast of op kamertemperatuur. |