Hokkaïdo pompoen (Cucurbita maxima var. hubbaridianna) is een van het Japanse eiland Hokkaïdo
stammende kleine variëteit van de reuzenpompoen.
In 1957 bracht een Japanse professor zaden van deze pompoensoort mee naar Europa. Al snel bleek dat de plant
ook in ons klimaat bijzonder goed gedijt. Het is een kleine breedronde, oranjerode of donkergroene pompoen.
De schil van deze vrucht, kan in tegenstelling tot de meeste andere pompoenen ook worden opgegeten. Het
vruchtvlees heeft een nootachtige smaak en een stevige consistentie en bevat nauwelijks merkbare vezels. Het
vruchtvlees van pompoen is volgens diverse internetbronnen een weldaad voor de gezondheid. |
Het bevat veel ijzer, voedingsvezels, complexe koolhydraten, mangaan, kalium, magnesium en
vitamine C. Vooral rauwe pompoen heeft een waterafdrijvende werking.
Pompoen kan ook aangesneden nog ruim een week bewaren. Het beste verwijdert men de pitten ( gooi de
pompoenpitten niet weg maar was en droog ze, u kunt ze pellen en daarna de kernen oppeuzelen), legt men de
twee lege helften terug tegen elkaar en stopt men de groente in een plastic zak in de koelkast. Anderzijds
kan een goed uitgerijpte pompoen op een droge, niet te koude plaats onverpakt tot in het voorjaar worden
gestockeerd en vervolgens geconsumeerd. |