Kardoen, Cynara cardunculus is qua smaak een mix van artisjok, selderij en
schorseneer. Bitter en toch ook een beetje zoet. De kardoen lijkt uiterlijk op bleekselderij, maar ligt qua
smaak dichter bij de artisjok. De smaak is volgens anderen een kruising tussen artisjok en asperge. Het is
een frisse naar bleekselderij zwemende smaak, maar veel milder. Rauw en gekookt op te dienen. Oogst u ze
vroeg (september), dan zijn ze ongebleekt nog sappig en lekker mals en zoet. Voor de echte liefhebber van
bittersmaken: laat oogsten (oktober). Hij smaakt dan wat bitter en is stugger, dus moet met een dunschiller
zorgvuldig geschild worden.
Kardoen is al bekend sinds de vierde eeuw voor Christus. Afkomstig uit het vrije veld in het
Middellandse-Zeegebied. Rijk aan mineralen, geblancheerd op zijn best. Geen aluminium-pannen gebruiken, net
als bij spinazie. Je zou zeggen, de kardoen met zijn bitterzoete smaak moet het grote publiek dat spruitjes
en lof koopt, toch ook zeer aanspreken. (Nog) niet dus. Voorbijgestreefd door de nobeler geachte artisjok
werd de kardoen in onze streken een beetje vergeten. |
Maar in Zuid-Europa, begonnen onder de Grieken en Romeinen, is de Kardoen nog steeds zeer
geliefd. Een vergeten groente dus? Wel nee, want zoals bij zoveel 'aparte' groenten zorgen de commerciële
wetten van de grootschalige levensmiddelen-detailhandel ervoor, dat een aantal producten gewoon verdwijnt uit
het collectieve geheugen van de bevolking. Maar gelukkig blijft een kleine groep mensen, ook in Nederland, de
Kardoen waarderen. Ze is nog regelmatig te vinden in Turkse en Marrokaanse winkels en op de Albert-Cuypmarkt
in Amsterdam.
Teelt: zaaien vanaf april onder glas, begin mei in de vollegrond. Familie van de
distelachtige artisjok. Van kardoen eet men de vezelachtige bladsteel, die een paar weken voor de oogst
omwikkeld wordt met donkere folie om ze te bleken. De bloem is een sieraad voor de vaas en tuin, maar ook het
blad is heel mooi. In de keuken: Kardoen wordt geteeld voor de jonge, gebleekte
bladstelen. Kardoen is heel geliefd in Italië en Frankrijk, maar hier vreemd genoeg nauwelijks bekend. Hij
komt vaak gestoofd op tafel met kastanjes of met walnoten. U kunt de stelen net zo bereiden als asperges, en
ook als beignets smaken ze uitstekend. Gebruik citroen om verkleuring tegen te gaan. |