| Komkommer (Cucumis sativus) komt oorspronkelijk uit India en werd zo'n 3000 jaar
geleden al verbouwd in West - Azië. De komkommer is trouwens geen groente, maar een vrucht. Al wordt hij wel
vaak als groente behandeld. Tot de familie van de komkommerachtigen behoren de augurk, courgette, pompoen en
niet te vergeten het 'sierfruit'. De komkommer is een veredeling van de oorspronkelijke augurk en is daar
plantkundig ook aan identiek. Komkommers groeien uit zonder dat daar enige vorm van bestuiving of bevruchting
voor nodig is (= parthenocarpie). De selectie van de rassen heeft hier ook haar werk gedaan: sommige rassen
werden voor de augurkenteelt geselecteerd, andere voor de teelt van vollegrondkomkommer. |
Veldkomkommers of buitenkomkommers zijn kleiner en dikker dan de serrekomkommers. Zij
bevatten ook meer zaden, de smaak is bitterder en ze hebben een minder gladde schil. Veldkomkommers hebben
veel warmte nodig. Een mooie, droge zomer is dus aangewezen om een redelijke opbrengst te kunnen geven. Om
veel komkommers te kunnen oogsten moet er regelmatig geplukt worden. Zo vormen er zich voortdurend nieuwe
vruchten. Zowel rauw als gebakken in de pan te gebruiken. Komkommers zijn arm aan calorieën en bevatten 95 %
water. Alle komkommerachtigen zijn gevoelig voor lage temperaturen (< 12°C). Leg ze dus niet in de
koelkast, maar op een koele, droge plaats. Best niet bewaren naast tomaat want dan slaat de groene komkommer
geel uit. |