| Olijfolie is een veelzijdig product. In principe kun je olijfolie in twee
categorieën onderverdelen: traditionele olijfolie en olijfolie extra vierge. De gewone olijfolie is geschikt
om mee te bakken, wokken, grillen en roosteren. De olijfolie extra vierge heeft een verfijndere smaak. Het
maakt deze olie vooral geschikt voor koud gebruik, bijvoorbeeld voor de bereiding van een dressing of pesto.
Je kunt deze olijfolie ook prima gebruiken in de pasta of op een broodje met tomaat, mozzarella en rucola.
Alle gerechten worden door de toevoeging van olijfolie extra smeuïg en smakelijk. Olijfolie is gemaakt van de
olie die uit olijven wordt geperst. De kleur is afhankelijk van het tijdstip van de oogst. Hoe langer de
olijven aan de olijvenboom blijven hangen, hoe donkerder de kleur. Er is dus verschil tussen de groene en
zwarte olijven. Je ziet het terug aan de kleur van de olie. De jonge groene olijven geven de olie een
olijfgroene kleur. De rijpe zwarte olijven kleuren de olie goudgeel. |
De kleur van de olie zegt overigens niets over de kwaliteit. Soms wordt er een kleurstof aan
de olie toegevoegd, vooral wanneer de olie een groenere kleur moet krijgen. Olijfolie bestaat honderd procent
uit vet. Er zitten veel calorieën in olijfolie, ongeveer 900 calorieën per deciliter. Het lijkt heel veel,
maar het gaat om goede onverzadigde vetten. Het is makkelijk verteerbaar en de vitamines in de olie worden
door het lichaam snel en probleemloos opgenomen. Ook bevat olijfolie een uniek onverzadigd vet: oliezuur. Het
is een omega 9-vetzuur met de positieve eigenschap dat het een verlagend effect heeft op het
cholesterolgehalte in het bloed. Hierdoor neemt het risico op hart- en vaatziekten af. De functie van de
lever wordt positief beïnvloed door de olie. Ook helpt het bij het ontgiften. Er is veel onderzoek verricht
naar de positieve invloed van olijfolie in de voeding. Het is bewezen dat olijfolie een positieve bijdrage
voor de gezondheid levert. |