Kaiserschmarren I

ongerezen pannenkoek met rozijnen
     
  • 50 gr witte basterdsuiker
  • 1 theel. kaneelpoeder
  • merg uit 1 vanillestokje
  • 4 eieren
  • snufje zout
 
  • 1/4 l melk
  • 175 g bloem
  • 25 g boter
  • poedersuiker
 
     

Eieren splitsen.
In kom dooiers losroeren met de basterdsuiker, het vanillemerg, kaneelpoeder en de melk.
Al roerend bloem toevoegen en blijven roeren tot een glad beslag.
In andere kom eiwitten stijfkloppen met een snufje zout en luchtig door het beslag spatelen.
In koekenpan boter verhitten en het beslag erin schenken.
Pannenkoek op middelhoog vuur bakken tot de bovenkant bijna droog is.
Pannenkoek keren en onderkant in ca. 3 minuten goudbruin bakken en tijdens het bakken met 2 vorken de pannenkoek in stukjes trekken.
Overdoen op een bord en bestrooien met poedersuiker.
Soms wordt dit gerecht geserveerd met een pruimencompote.

Kaiserschmarren II

     
  • 200 g meel
  • 1 snufje zout
  • 4 eierdooiers
  • 4 eiwitten
 
  • 40 g suiker
  • 2½ dl melk
  • 40 g rozijnen
  • poedersuiker
 
     

Meel, zout, eierdooiers, suiker en melk tot een glad deeg mengen.
De eiwitten stijfkloppen door het meel mengen.
In een pan, wat boter laten smelten, het deegmengsel er vingerdik ingieten en licht laten aanbakken, daarna met de rozijnen bestrooien.
Wanneer het deeg goudbruin is, keren en ook aan de onderkant bakken.
Aansluitend met twee vorken in kleine stukjes scheuren, opdienen, met poedersuiker bestrooien en met aalbessenjam serveren.
(Kan ook in de oven op 160°, 15 á 20 minuten.)

Gerard Massalt

Kaiserschmarren III

     
  • 5 eieren
  • 80 g suiker
  • 250 g bloem
  • 1/8 l melk
  • 60 g boter
 
  • zout
  • halve citroenschil
  • 100 g rozijnen
  • bakboter
 
     

De eierdooiers met suiker tot een wit glad (room) mengsel roeren.
Bloem bij beetjes toevoegen, afwisselend met melk, gesmolten boter, zout en citroenschil.
En als laatste het stijfgeklopte eiwit en de geweekte rozijnen er doorheen roeren.
Boter in braadpan verhitten, er een laag deeg in doen (1 cm.hoog), even laten bakken, de schmarren met twee vorken in stukken delen en dan aan beide kanten goudgeel bakken.
Met suiker bestrooien en opdienen.
Meestal kan men in Oostenrijk dan kiezen, met appelcompote, verschillende confituren, kandijsiroop,of met rum , Grand Marnier enz.

Lieve

Terug