Snert
- 700 g spliterwten
- 4 l water
- 500 g klapstuk
- 200 g rookworst
- 2 preien
- selderijgroen
- peterselie
- 1 kleine selderijknol
- 15 g zout
Was de erwten en laat ze een nacht 1 cm onder water staan weken.
Breng ze de volgende dag, onder nu en dan roeren, aan de kook met het weekwater.
De gewassen en gesneden prei, het zeer fijn gehakt selderijgroen, de in blokjes gesneden selderijknol en het zout toevoegen.
Breng een liter water aan de kook met wat zout en kook hierin het gewassen klapstuk zachtjes gedurende 2,5 uur.
Voeg dan het klapstuk met de bouillon bij de erwtensoep en laat het nog circa een 1/2 uur in de soep meekoken.
Kook de soep zachtjes, onder dikwijls roeren circa 4 uur, tot ze gebonden is (spliterwten circa 3 uur).
Laat de worst het laatste 3/4 uur meekoken.
Proef of de soep zout genoeg is.
Maak ze af met wat fijngehakte peterselie.
Doe bij de soep, als alleen mager klapstuk wordt gebruikt, op het laatst een paar lepels koude boter.
De soep mag dan niet meer koken.
Voor de liefhebbers kan bij het opdienen ook sambal worden toegevoegd.Tip
De soep laten afkoelen onder af en toe dooroeren en in de koelkast zetten tot de volgende dag.